Als het op ‘serieuze’ informatie aankomt, weten jongeren wel dat niet alles op Internet even waardevol en bruikbaar is. Toch is het voor hen niet altijd makkelijk om feiten en fictie te onderscheiden. Bovendien zijn kinderen op deze leeftijd nog volop bezig met leren wat het verschil is tussen feiten, vooroordelen en meningen.
Het leren beoordelen van informatie hoort in eerste instantie natuurlijk thuis op school. Dat is de plek bij uitstek om dit soort zaken te leren. Maar in een tijd waarin de invloed van de media groot is, en het vak ‘media-educatie’ maar niet van de grond komt, is het geen overbodige luxe om als ouder zelf dit deel van de opvoeding ter hand te nemen.
Kinderen kunnen dus veel hebben aan ervaren Internet-ouders, al was het alleen maar omdat zij die weten van de klok en de klepel hun vrees voor ‘dat onveilige en onbetrouwbare Internet’ niet laten voeden door onwetendheid.
De belangrijkste opvoed-tips voor ‘informatie zoeken’ voor kinderen van 13 jaar en ouder:
Moedig uw kinderen aan om kritisch te zijn
Praat met uw kinderen om na te denken over de waarde van de informatie die ze aangeboden krijgen.
Vooral de waarde van de informatie die via het Internet is vergaard, is soms moeilijk in te schatten. Leg uit hoe dat komt en wat het verschil is met een krant. Praat met uw kinderen over deze problematiek, die voor onze hele maatschappij actueel is.

De volgende vragen kunnen daarbij behulpzaam zijn:
Zorg dat uw kinderen geen plagiaat plegen
Plagiaat is het presenteren van producten van anderen en doen alsof het je eigen producten zijn. Bijvoorbeeld teksten. Sommige mensen hebben hun hele carrière ermee verknald. Niet doen dus.
Maak ook duidelijk dat het geen schande is (maar eerder een toonbeeld van kracht) wanneer je wél vertelt dat een idee of een tekst van iemand anders afkomstig is. Zo werkt de wetenschap tenslotte ook. Vervolgens moet je er wel iets mee doen natuurlijk. Bijvoorbeeld: zeggen dat je het ermee eens (of oneens) bent, en erbij vertellen waarom je dat vindt.