Wat is de aantrekkingskracht van Second Life?
Ruim drie miljoen inwoners telt de virtuele wereld Second Life en het aantal groeit met de dag. Waarom willen we zo’n tweede leven? En raken we niet verstrikt in onze echte en virtuele zelf? Intermediair onderzoekt het fenomeen. Lees hier het hele (lange) artikel. Hieronder enkele highlights, maar als je even tijd hebt, gauw helemaal lezen!
"Het is eigenlijk een vorm van dagdromen", zegt Jacob van Kokswijk, onderzoeker naar identiteit en cyberspace in Twente, consultant bij Capgemini en hoogleraar in Zuid-Korea. "Een vorm van heel realistisch je dagdroom uitleven en hem delen met anderen -- iets wat voorheen niet kon. Niets revolutionairs dus, niets engs ook. De mens gebruikt graag zijn verbeelding, weten we sinds Huizinga."
Volgens de wereldbefaamde cultuurhistoricus Johan Huizinga was de mens niet zozeer een homo sapiens, maar veeleer een homo ludens: onze neiging tot spelen is onze meest karakteristieke eigenschap. Iedere cultuuruiting komt voort uit spel, en cultuur is wat ons onderscheidt van de dieren, vond Huizinga. We bevinden ons dus graag in fantasiewerelden. Of we daar nu via boeken, films of games naartoe reizen.
David de Nood van EPN: "Mensen maken er vrienden en ervaren die ook als echte vrienden, die niet minder betekenisvol zijn dan gewone. Ze volgen er colleges op virtuele universiteiten, ze kunnen onverwachte talenten uitleven en daarmee zo succesvol zijn dat ze een overstap naar een ander beroep kunnen overwegen. SL is dus niet zuiver virtueel. Het verandert het echte leven."
Natuurlijk roept zo’n toekomstbeeld negatieve reacties op. "Maar dat zagen we bij de introductie van de telefoon ook", zegt internetsocioloog Albert Benschop. "Mensen waren bang dat niemand elkaar meer zou zien, maar onze communicatie is sindsdien alleen maar toegenomen. Nu denken we dat er alleen maar zielige eenzame typjes op SL zitten die in het echt geen vrienden kunnen maken. Die zich met hun droomavatar helemaal zullen verliezen in een schijnwereld."
Maar dat vooroordeel wordt tegengesproken door het eerder genoemde EPN-onderzoek. Juist de mensen die veel vrienden hebben in SL en er gelukkig zijn, hebben ook veel vrienden, en zijn net zo gelukkig, in het echte leven. Met name in Second Life, maar ook op msn en in nieuwsgroepen, tellen je communicatieve en chatvaardigheden, zegt Marianne van den Boomen, onderzoeker nieuwe media aan de Universiteit van Utrecht en auteur van het boek Leven op het net. Het merendeel van de inwoners vindt dan ook niet dat ze in SL een beter leven hebben dan in het echt, laat het EPN-onderzoek zien.
"Tieners doen zich hooguit wat ouder, stoerder, en sexier voor", zegt Van den Boomen. Geen totaal verzonnen karakters, dus. "Het vergt namelijk heel wat inlevingsvermogen om je heel anders voor te doen." Van Kokswijk (57) kreeg bij zijn eerste undercoveronderzoeken op msn, waarbij hij zich als tiener voordeed, meteen te horen: ‘Hé, ouwe lul, hoepel eens op’. Terwijl hij dacht heel hip te praten.
De wetenschappers zijn dan ook niet bang dat we het verschil niet meer zullen kennen tussen onze virtuele en echte identiteit. Het is eerder zo dat mensen op bepaalde plekken van het internet delen van hun identiteit uitleven: op de ene plek is iemand vooral verzamelaar van Starwars-parafernalia, op een andere CDA’er, en weer ergens anders ex-alcoholist. "Het kenmerk van de virtuele identiteit is dat je grote delen van je geleefde identiteit even tussen haakjes zet en in relatieve rust “een klein verhaal” kunt uitleven", zegt Van den Boomen.
Justine Pardoen