Plezier of verslaving? Dat is de vraag die inmiddels overal gesteld wordt als het gaat om online games.
Ik spreek niet graag over verslaving als het gaat om jongens die er plezier aan beleven om intensief te gamen, omdat dat niet door wetenschappelijk onderzoek ondersteund wordt. Lang niet alles wat je intensief onderneemt, met passie doet omdat je het leuk vindt, is een verslaving. Denk alleen maar aan jongeren die intensief sporten om daar iets in te kunnen bereiken. Verslaving?
Zie ook de visie van Daniel Boije van de Swedish Media Council.
Ik ontken daarmee niet dat sommige jongeren (met name jongens!) problematisch gamegedrag vertonen, maar ik observeer ook dat dat vrijwel altijd gepaard gaat met ander gedrag waar een oorzakelijk verband mee te leggen is (problemen in het gezin, op school, met drugs of alcohol enz.).
Lang niet elke gamer is bezig met vluchtgedrag. Ook daar wordt veel te weinig genuanceerd over gesproken. We krijgen zo langzamerhand het beeld van de gamer als een zielig stukje mens in een donkere wereld, die de werkelijkheid niet aankan en daarom zichzelf terugtrekt in een online schijnwereld, waar hij verder ingezogen wordt tot hij eraan kapot gaat, als we daar niet snel een halt aan toeroepen.
Nog even en je kunt niet maar hardop toegeven dat je WoW speelt en daar 6 characters hebt en een hoop leuke contacten met mensen over de hele wereld hebt opgedaan...
Voor iedereen die zelf wil nadenken en lezen over hoe het zit, verwijs ik graag naar het boek van Jeroen Lemmens over gamesverslaving. Lemmens is gefascineerd geraakt door het onderwerp tijdens zijn studie Audiovisuele Media en Communicatiewetenschap aan de UvA. (Gameverslaving -- Probleemgebruik herkennen, begrijpen en overwinnen. SWP, ISBN 978 90 6665 805 9, EUR 17,90)
Inmiddels doet Lemmens onderzoek aan de UvA naar gameverslaving: hoe groot is het probleem eigenlijk? Om welk soort jongens gaat het en kunnen we risico-factoren onderscheiden? Misschien weten we het over een jaar of vier.
Voorlopig hoop ik dat gamende jongeren het voordeel van de twijfel krijgen: zolang het goed gaat op school, ze hun sociale afspraken nakomen, hun sport-afspraken niet afzeggen om te kunnen gamen, en ook interesse blijven houden in andere dingen, is er echt niets aan de hand. Laat ze plezier beleven aan die games, daar zijn ze toch ook voor!
Lemmens komt in zijn boek gelukkig ook tot de slotsom dat ouders het hoofd koel moeten houden en de benen op de grond. En om problemen te voorkomen, kun je opletten en de volgende tips ter harte nemen:
Deze lijst zou je nog kunnen uitbreiden met nog veel meer concrete suggesties, maar hoe je het ook beschouwt, het komt allemaal neer op mijn eigen drie gouden regels: help kinderen zich te leren beheersen, benader dit leerproces positief en verdiep je in je kind.
Kortom: creëer geen problemen waar ze niet zijn en blijf opvoeden.
Meer informatie over games, zie www.weetwatzegamen.nl en het bijbehorende weblog voor en door ouders.
Justine Pardoen