De enorme mogelijkheden die het internet biedt voor het vinden en onderhouden van sociale contacten heeft ook zijn schaduwkanten. Sommige kinderen gaan te veel aan het internet hangen en vereenzamen op den duur. Ook spreekt men in bepaalde gevallen al van ‘verslaving’. Een andere recente ontwikkeling is dat kinderen via het internet gepest kunnen worden. Daarnaast kunnen kinderen nogal van hun stuk raken door hate-mail, grof taalgebruik in chat-rooms, of seksuele intimidatie.
Vaak liggen de oorzaken van de sociale internet-problemen, als die er zijn, in de gewone leefwereld van het kind. Een kind dat online gepest wordt, zal die ervaring in de ‘normale’ wereld waarschijnlijk ook al hebben. En vereenzaming door veelvuldig internet-gebruik komt vooral voor bij kinderen die op school ook al weinig vrienden hadden. Vaak is het vele internetten juist een oplossing voor hun gevoel van eenzaamheid. Aan de andere kant zorgt het internet ook voor méér sociale mogelijkheden voor een kind.
De verschillende sociaal-emotionele risico’s:
Pesten
Iets wat vaker voorkomt dan gedacht wordt, is online pesten. Pest-deskundige drs. Bob van der Meer, de maker van www.pesten.net, definieert pesten als: "het systematisch uitoefenen van psychische en/of fysieke mishandeling [...] bij iemand die niet in staat is om zichzelf te verdedigen".
Begin 2005 deden wij voor Planet Internet onderzoek onder jongeren tussen 11 en 15 jaar, naar hun ervaringen met pesten via internet. Uit dit onderzoek blijkt dat kinderen elkaar gemakkelijk online belagen. Eén op de drie kinderen zegt zelf wel eens een pesterijtje te hebben uitgehaald; 3% van de kinderen doet het zelfs vaak. Op het moment dat ze dat doen, vinden ze het reuze grappig. Maar zodra ze zélf een pest-mail of een scheldtirade ontvangen, bijvoorbeeld via MSN, vinden ze het vooral laf.
Leerkrachten weten minder goed raad met digitaal pesten dan met het ‘gewone’ pesten. Ze grijpen ook minder in, zeggen de kinderen. Als ze zelf gepest worden, praat het merendeel er wel met iemand anders over: vrienden, de eigen ouders, of met een leraar.
De onderstaande adviezen zijn in oorsprong afkomstig van Bob van der Meer en door ons bewerkt voor pesten via internet.
Bij pesten gaat het altijd om twee belangrijke gegevens:
- de macht is ongelijk verdeeld (een zwakke partij tegenover een sterke partij);
- en het pesten heeft negatieve effecten voor het slachtoffer.
Als degene die gepest wordt zich verzet (of zich verweert), is dat voor de pester vaak voldoende reden om zijn slachtoffer nóg harder aan te pakken. Intuïtief weten slachtoffers dat ook. Vaak durven ze het daarom ook niet te vertellen.
Jammer genoeg biedt het internet veel mogelijkheden om te pesten. Overal op forums, prikborden en gastenboeken kun je vrij anoniem berichten plaatsen. Het is dus heel gemakkelijk om vervelende dingen over iemand anders te zeggen of om foto’s te plaatsen op plaatsen waar veel mensen komen. Zo was er onlangs een groep kinderen die het telefoonnummer van een klasgenote online hadden gezet. Daarbij was de mededeling geplaatst dat ze het nummer konden bellen voor gratis seks.
Inmiddels beginnen rechters uitspraken te doen die bevestigen dat het verboden is om privé-gegevens van anderen op het internet te plaatsen, om wat voor reden dan ook. Maar iemand die pest-slachtoffer is, heeft daar natuurlijk niets aan op het moment dat het daadwerkelijk gebeurt.
Een andere manier van online pesten is mensen uitschelden via e-mail, SMS, chat, of MSN. Het kind in kwestie krijgt dan intimiderende mailtjes (hate-mail) van andere kinderen toegezonden, waarin bijvoorbeeld wordt verteld dat hij of zij morgen niet op school mag komen, omdat hij of zij anders in elkaar wordt geslagen. Het advies aan kinderen is om hier zo min mogelijk aandacht aan te besteden, een ouder of leraar te waarschuwen, en de teksten in ieder geval niet letterlijk te nemen.
Tip: schakel bij steeds terugkerende dreigmail de school in. Doe dat eventueel met de hulp van een wijkagent; deze kan een bemiddelende rol spelen. Scholen weten lang niet altijd wat ze ermee aan moeten, maar het is wel belangrijk dat ze weten wat er speelt om beleid te kunnen ontwikkelen. Zo raden wij scholen aan een vertrouwenspersoon te benoemen speciaal voor internet-kwesties. Deze moet een goede kennis hebben van de digitale wereld. Een aantal scholen heeft al zo’n vertrouwenspersoon.
De gevolgen van systematisch anoniem pesten via internet zijn voor het slachtoffer vaak ernstiger dan volwassenen vermoeden. Waarschijnlijk heeft dat ook te maken met het anonieme ervan: je weet niet wie het doet (het kan iedereen zijn) en dat versterkt je gevoel van onveiligheid enorm. Het gepeste kind kan zich ook niet verweren tegen de dader en moet iedereen gaan verdenken. Een ander kenmerk dat digitaal pesten zo bedreigend maakt, is dat het de veilige omgeving van de eigen privé-sfeer binnendringt.
De derde en misschien wel vervelendste pestmethode is het online bestellen van producten voor iemand anders. Het is bijvoorbeeld vrij eenvoudig om via internet een proefabonnement op een tijdschrift of een erotische gids aan te vragen. Dit gaat altijd via eenvoudige invulformulieren, die door het ontvangende bedrijf meestal niet op waarheid worden gecheckt. Je kunt hier dus ook de naam van iemand anders invullen, die het product vervolgens in zijn of haar bus krijgt.
Reageren op pesterijen via internet verschilt niet wezenlijk van datgene wat je doet om pesten in het echte leven aan te pakken. Ouders en leerkrachten moeten optreden tegen de daders, praten met alle betrokkenen, en kinderen beschermen. Veel kinderen durven het niet te vertellen tegen volwassenen. Ze verwachten van hen geen effectieve hulp. Toch kun je in sommige gevallen wel iets ondernemen.
Tip: een van de belangrijkste tips ter voorkoming van digitaal pesten, is dat kinderen hun eigen wachtwoorden (voor accounts bij MSN maar ook voor accounts op school) zorgvuldig moeten bewaren. Er is geen onderzoek gedaan, maar de indruk is dat kinderen zeer onzorgvuldig met hun wachtwoorden omspringen. Het wachtwoord is te eenvoudig, wordt te weinig veranderd en wordt zeer vlot gedeeld met vrienden die daar misbruik van maken maken als er ruzie is. Leer kinderen dat inbreken op een account van een ander een strafbaar feit is. Vertel ze ook dat ze niet te snel hun e-mail adres moeten weggeven. Probeer ze ervan te doordringen dat het een privé-gegeven is, net als je adres en je telefoonnummer. Die zet je ook niet zomaar op internet. Om problemen te voorkomen is het goed om duidelijke afspraken te maken.
Zie ook de wachtwoordcampagne van Digibewust.
Vereenzaming
Veel volwassenen denken dat internet-gebruik ertoe kan leiden dat kinderen vereenzamen. Het tegendeel is meestal het geval. Internet is juist een gemakkelijk middel om contact te leggen met anderen. De sociale drempel is veel lager, waardoor het vooral voor verlegen kinderen veel leuker en makkelijker is om vriendjes te maken. Het is immers lekker anoniem (als je dat wilt) en je hoeft niemand in de ogen te kijken.
Ook biedt het internet de gelegenheid om het gedrag van anderen te bestuderen. Je kunt bijvoorbeeld eindeloos homepages en ‘profielen’ van anderen bekijken. Pubers vinden dat prettig: hoe zien anderen van mijn leeftijd eruit?
Het kan dus heel goed zijn voor het zelfvertrouwen van een kind om via internet contacten legt met andere kinderen. Het verbreedt zijn of haar sociale beeld. Het gaat echter mis wanneer een kind alléén nog maar internet-vriendjes heeft en bijna nooit meer buiten speelt of bijna nooit meer met andere kinderen speelt. Op dat moment kun je spreken van een sociaal probleem.

Let op dat een kind dus niet te afhankelijk wordt van het internet: het is belangrijk dat hij of zij leert dat andere activiteiten ook interessante en succesvolle uitdagingen bieden.
Verslaving
De mogelijkheid van internet-verslaving wordt de laatste tijd door steeds meer mensen serieus genomen, maar nog lang niet door iedereen. Voor artsen is het nog niet bewezen dat het om een zelfstandig gezondheidsprobleem gaat. Toch zien we steeds meer mensen, waaronder ook veel kinderen, vaak en lang internetten waarbij ze langer doorgaan dan ze zelf wilden of van plan waren.
Onder een grote groep tieners is het zelfs een must zo lang mogelijk online zijn. Waarom? Ze willen altijd bereikbaar zijn en altijd in de gelegenheid meteen te reageren. Online vriendschappen komen het best op gang als een berichtje in je inbox meteen wordt beantwoord. Krijg je een complimentje over je foto’s op je profielpagina? Geef razendsnel een complimentje terug en het contact floreert. Kortom, wil je online populair zijn, dan dien je alert en attent te zijn. En dat kan alleen wanneer je always on bent.
Zelftest
Een officiële manier om internet-verslaving te kunnen diagnosticeren is dus nog niet vastgesteld. Maar je vind hier en daar wel zelftests om te kijken of je aan webverslaving lijdt. Op de site van het IVO, het Institutuut voor verslavingsonderzoek (www.ivo.nl), staat zo'n test, net als op de site van het Jellinek. Deze moeten jongeren over zichzelf invullen.
Kortom: Internet-gebruik bij kinderen is problematisch als het ten koste gaat van andere bezigheden, zoals huiswerk maken, spelen met andere kinderen, interactie met de andere gezinsleden, en hobby’s. Als een kind het gevoel heeft dat het leven ‘online’ eigenlijk beter is en meer voor hem betekent dan het leven buitenshuis, dan is er iets mis. Let op signalen als extra prikkelbaarheid wanneer de computer niet beschikbaar is, en humeurig gedrag dat niet meer overgaat.
Ouders moeten hun zorgen over het functioneren van een kind altijd serieus nemen: als een kind zich sociaal terugtrekt, geen vriendjes van school meer ziet, en alleen nog maar online-vriendschappen heeft (met mensen die hij in het gewone leven niet ziet), dan heeft dat kind waarschijnlijk een probleem. Als het huiswerk niet meer gemaakt wordt, als er alcohol of drugs aan te pas komen om 's nachts wakker te blijven om te kunnen internetten, dan is het beslist tijd om aan de bel te trekken. Schroom dan niet om professionele hulp in te schakelen. Bijvoorbeeld via Bureau Jeugdzorg, of via de huisarts bij de reguliere verslavingszorg.
Uit onderzoek van het IVO (november 2004) blijkt dat vooral meisjes gevoelig zijn voor een verslaving aan MSN, in de zin dat het te koste gaat van hun huiswerk. Ook bleek dat vooral jongens die zich toch al eenzaam voelen, depressieve gevoelens ontwikkelen als ze intensief MSN-en. Ander onderzoek, in dezelfde tijd gedaan door de Universiteit van Amsterdam laat echter zien, dat jongeren MSN vooral gebruiken voor het onderhouden van vriendschappen en dat deze vriendschappen daar hechter door worden.
Het gaat dus ook hier, net als met alle andere dingen in het leven, om het vinden van de juiste balans. Er zijn kinderen die meer moeite mee hebben dan andere. Als u merkt dat uw kind zóveel aan het kletsen is via internet dat het huiswerk erbij inschiet of dat het leidt tot slaaptekort, dan zijn er strenge regels nodig. Een puber heeft dat het nodig, dat ouders hem helpen bij het slaapritme, want dat wordt wankel door hormonale veranderingen. Ze hebben de neiging later wakker te worden en later moe te worden. Daarom is het goed om een kind structuur te geven door een strakke regel af te spreken voor bedtijd op de avonden voor schooldagen. Spreek bijvoorbeeld af: uiterlijk om 9 of 10 uur naar bed. Niet moe? Ook goed, maar wel het beeldscherm uit en rusten op bed met een boek of muziek. De precieze invulling dit soort regels bepaalt u zelf, en verschilt natuurlijk van kind tot kind, onder andere op basis van de leeftijd en de individuele slaapbehoefte.

Web-sites met porno en/of geweld
Kinderen worden tegenwoordig op steeds jongere leeftijd geconfronteerd met seksualiteit. Niet alleen televisie, ook het internet speelt hierbij een belangrijke rol. Seks is namelijk prominent aanwezig op internet, en een kind dat online een beetje de weg kent, kan zonder problemen honderden megabytes aan erotische foto’s, filmpjes en verhalen binnenhalen. Hetzelfde geldt voor foto- en filmmateriaal met een gewelddadige inslag. Dit materiaal is uiteraard niet bedoeld voor kinderen, maar wel vrij toegankelijk. Met een paar muiskliks is een menselijke onthoofding te zien.
Sommige websites beginnen met een scherm waarop naar de leeftijd van de bezoeker wordt gevraagd. Bij kinderen wekt dit echter juist hun nieuwsgierigheid op; ze voelen zich erdoor uitgedaagd om een hogere leeftijd op te geven (waardoor ze alsnog toegang krijgen tot de achterliggende pagina’s).
Wat kunnen uw kinderen precies tegenkomen? Het volgende materiaal is online te vinden (geordend van makkelijk naar moeilijk te vinden):
- seksueel getint materiaal en ‘gewone’ porno;
- gewelddadig materiaal;
- verontrustend materiaal (teksten over mogelijke ziektes etc.);
- kinderporno.
Uit onderzoek blijkt dat de meeste jonge kinderen (tot 12 jaar) het vooral lastig en vervelend vinden om ‘verkeerd’ materiaal tegen te komen via het internet. Jonge kinderen willen zelf helemaal geen porno bekijken en klikken het zo snel mogelijk weg. Meisjes vinden het intimiderender dan jongens, met name vanaf een jaar of 10. Juist omdat kinderen het zelf onprettig materiaal vinden, is het beter dat ze er zelf zo min mogelijk mee in aanraking komen. Maar als het toch eens gebeurt, hoeft u zich niet bezorgd te maken over schadelijke gevolgen: u schrikt er waarschijnlijk meer van dan uw kind.
Toch is het belangrijk om te voorkomen dat kinderen te veel en te jong in aanraking komen met porno, en vooral met te extreem materiaal. Dat is in groten getale voorhanden, maar regelmatige confrontatie ermee kan wél schadelijk zijn. Lees daar meer over in de artikelen Kijken naar seks, van Justine Pardoen op Ouders Online. Recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam bevestigt dat voor oudere kinderen (13+): porno-overvoering op een leeftijd waarop kinderen zelf nog geen of onvoldoende eigen ervaring hebben, beïnvloedt hun zelfbeeld, ze worden er onzekerder van en ontevreden over hun eigen seksleven en ze krijgen een meer geseksualiseerd vrouwbeeld.

Word in ieder geval niet boos. Vertel dat je het beste gewoon alles kunt wegklikken wat je niet wilt zien. Vertel erbij dat je regelmatig onsmakelijke dingen tegenkomt als je over het internet surft. Dat je niets fout gedaan hebt als je per ongeluk op een porno-site belandt en ook niet als je daar moeilijk weer wegkomt. Maak duidelijk dat dat iedereen overkomt; ook uzelf. Een kind dat via een gewone zoekmachine op zoek gaat naar informatie over poesjes (bijvoorbeeld voor een werkstuk), komt vrijwel zeker op een porno-site terecht. Als u daar erg van schrikt, of er boos over wordt, dan doet dat meer kwaad dan het zien van de plaatjes zelf.
Het bewust bekijken porno en van onthoofdingen en ander gewelddadig materiaal kunt u gewoon verbieden. U kunt dan ook overwegen een filter (parental control, ouderlijke controle) te installeren waarmee het grootste gedeelte weggefilterd wordt. Het is voor kinderen, juist ook pubers, heel belangrijk dat ze van u leren wat uw waarden en normen zijn. Het opzettelijk toebrengen van leed aan mensen en dieren vinden de meeste mensen bijzonder verwerpelijk. Het publiceren van beelden daarvan om te shockeren, is dat eigenlijk net zozeer. Praat er met uw kind over: wat vindt u? Wat vindt hij? Is het kijken naar dit soort beelden principieel anders dan het maken ervan?
Tip: als u merkt dat uw kind bewust op zoek gaat naar porno via internet, word dan niet boos. Bedenk dat kinderen vanaf een jaar of 10 een natuurlijke nieuwsgierigheid hebben naar seks. Dat is niet raar of afwijkend, maar volstrekt normaal. Er zijn goede boeken voor kinderen over seks. Misschien kunt u als gezond tegenwicht daar ook een keuze uit maken voor uw kind. Voor een overzicht van beschikbaar materiaal kunt u terecht op Ouders Online.

Online gokken
Op sommige scholen komt het veel voor: leerlingen die in de pauzes online gokken om geld. Het neemt in sommige groepen jongeren een enorme vlucht. Je kunt heel gemakkelijk beginnen. In sommige gevallen krijg je als beginneling gratis geld, waarmee je als snel succes hebt. Maar dan keert het tij, en moet je met je eigen geld verder spelen. Vaak is de verleiding van het succes en grote geld al veel te groot: stel je voor dat je door het vaker te doen, écht beter wordt in het spel (meestal poker) en dan rijk zou kunnen worden! Pubers zien pokeren vaak als een behendigheidsspel, terwijl het gokelement veel groter is dan ze denken. Het gevaar bestaat dat ze er uiteindelijk erg veel geld aan uitgeven en mogelijk moeten stelen om aan dat geld te komen.
Spelen met de eigen identiteit
Wie heeft zich – vroeger – nooit eens anders, of ouder voorgedaan dan hij of zij in werkelijkheid was? Vooral meisjes maken zich er nog wel eens schuldig aan. Die leuke jongen uit 3-HAVO heeft natuurlijk alleen interesse in meisjes van zijn eigen leeftijd en niet in een basisschoolleerling van 12. De oplossing is dan simpel: gewoon een klein leugentje waarmee je jezelf een paar jaartjes ouder maakt.
Op internet gaat het net zo. Een kind komt iemand in een chat-room tegen en de twee vinden elkaar aardig. Er is maar één probleem: de jongen is vijf jaar ouder. Als het meisje dat weet, is de kans groot dat ze twee jaar bij haar leeftijd optelt. De jongen kan haar toch niet zien en dat maakt het allemaal nog een stuk eenvoudiger. Soms is het ook gewoon leuk om iemand anders voor de gek te houden en kan een jongen zich als een meisje voordoen en de mannen in een chat-room proberen op te hitsen. En vaak lukt dat nog ook.
Jezelf online anders voordoen dan wie je in werkelijkheid bent, is simpel én spannend. Het is niet te achterhalen of de waarheid wordt gesproken. Negen van de tien keer gaat het goed, maar soms gaat het mis. Het is nog niet bekend wat het in het algemeen met kinderen doet, dat ze zo gemakkelijk met hun identiteit kunnen spelen; wel wordt dat op dit moment onderzocht. Praat er eens over met uw kind. Zijn er grenzen in hoe je jezelf kunt voordoen via internet? Is het leuk om invloed te hebben op hoe je overkomt? Wat verander je dan aan jezelf en wat juist niet?
Fakers
Op profielsites komt het regelmatig voor dat jongens en meiden foto’s van populaire leeftijdsgenoten kopiëren. Ze maken een nieuwe profielpagina aan, zetten daar de gestolen foto’s in en wachten de enthousiaste reacties af, benieuwd naar hoe het voelt om online ‘beroemd’ te zijn. Men laaft zich aan de aandacht. Deze personen worden fakers genoemd en hoewel spelen met je identiteit aan de orde van de dag is onder jongeren kan deze extreme manier beslist niet op goedkeuring rekenen.
Als chattende kinderen elkaar in het echt gaan ontmoeten en een daarvan heeft verwachtingen op basis van de gelogen leeftijd van de ander, kunnen er ongewenste situaties ontstaan. Het meisje uit het eerste voorbeeld kan een relatie krijgen met de veel oudere jongen uit 3-HAVO. In de zomer van 2003 deed zich een dergelijk geval voor in Engeland. Een jong meisje dat gelogen had over haar leeftijd, verliet het ouderlijk huis voor een afspraakje met een veel oudere jongen die ze alleen kende via een chatbox.
Voor ouders is het lastig om te ontdekken of kinderen zich in zo’n situatie bevinden. Kinderen vertellen het namelijk niet. Het enige wat je kunt bespreken, is dat ze nooit afspraken maken met vreemden, in ieder geval nooit in hun eentje en niet zonder hun mobieltje mee te nemen. En dat ze altijd thuis vertellen waar ze heen gaan. En dan maar hopen dat ze zich daaraan houden.