Menig congresganger wordt overspoeld met positieve verhalen over web 2.0: het is hét voorbeeld van de grote omwenteling van media-gebruik die de technologische vooruitgang ons gebracht heeft. Maar er is ook een keerzijde, waar echter nauwlijks nog iemand over spreekt.

Het ziet er veelbelovend uit. Via Wikipedia, MySpace, Hyves, Flickr en YouTube kan nu iedereen zijn zelf media maken. Vooral jongeren, kinderen nog eigenlijk, maken daar gebruik van en ontdekken nieuwe mogelijkheden om zelf media-producent te worden. Dat biedt enorme kansen.

Niet alleen voor politici, die nu heel eenvoudig zelf vrienden kunnen maken (via Hyves bijvoorbeeld) en zichzelf kunnen adverteren met een eigen weblog, maar natuurlijk ook voor die burgers, die nu net zo hard kunnen schreeuwen als vroeger de meneer van de krant, of de politicus via de tv. Je kunt zomaar met een webcam-filmpje een gouden platencontract in de VS scoren, of beroemd worden op een achternamiddag met een playback-act. Je kunt je eigen leerproces vormgeven, en je eigen netwerk van gelijkgestemden bouwen, of je nu terrorist bent, rechts-extremist, anorecticus of hulpverlener in de geestelijke gezondheidszorg.

Power to the people
De ideologie van gelijke kansen voor iedereen, de burgers aan de macht sijpelt door alle verhalen heen, waarna natuurlijk -- voornamelijk van de kant van de gevestigde orde van mediamakers, met de journalistiek voorop -- ook de kritiek te horen is dat de hoeveelheid bagger die ons nu overspoelt gigantisch is. Wie gaat er het kaf van het koren scheiden voor ons? Wie voorkomt dat mensen maar wat doen en dat niemand meer wat over heeft voor kwaliteit van informatie?

Die discussie is aardig (Andrew Keen met zijn boek The Cult of the Amature voorop, zie hier een interview met hem), maar mist de kern, volgens Michael Zimmer. Zimmer is onderzoeker op het gebied van communicatie en de informatie-maatschappij, promoveert deze zomer en gaat daarna aan de slag bij Yale Law School. Zijn weblog vind je hier. Zijn focus is privacy en surveillance.

Wie zijn betoog zelf wil lezen surft naar het stuk zelf, dat gepubliceerd is op een groepslog (Blog*on*nimity) over anonimiteit en identiteit op internet, maar ik zal de essentie trachten weer te geven.

Web_20

Persoonlijke privacy onder druk
Zimmer constateert dat de persoonlijke privacy onder druk is komen te staan door web 2.0 toepassingen. De politie kan veel meer vinden dan vroeger: je kunt je voorstellen dat ze op zoek gaan naar verschillende foto's van dezelfde personen door gezichtsherkenningstechnieken, of naar de GPS-coördinaten van plekken waar mensen via foto's op internet gesignaleerd zijn. Kijk maar eens naar de FlickerInspector, die gemaakt is de gegevens die Flickr herbergt nog gemakkelijker boven water te krijgen.

Web 2.0 -toepassingen stimuleren mensen om zoveel mogelijk van zichzelf online te zetten. Dat is leuk en handig. Denk maar aan het succes van Schoolbank: leuk toch, om al je oude schoolmakkers weer terug te vinden? (Ik kon er de lol niet van inzien -- wie ik nog wilde zien, wist ik wel te bereiken -- maar blijkbaar ben ik in de minderheid.)

Amateur data-mining
De politie zal zichzelf voor het zoeken via internet wel regels stellen (alhoewel?), maar individuele burgers en bedrijven die er commercieel garen bij kunnen spinnen, kunnen vooralsnog lekker hun gang gaan. Maar overheden en bedrijven zijn nog te reguleren. Veel moeilijker is het om het gedrag van individuele burgers te beperken op dit gebied.

Zimmer ziet het gevaar vooral bij 'amateur data mining': iedereen kan het en je hebt er geen krachtige computersystemen voor nodig. Niks data-bescherming: alles ligt voor iedereen op straat.

Zimmer geeft een voorbeeld van een dief van een camera, die via internet opgespoord wordt door de gedupeerde, en van de ontmaskering van Lonelygirl15. Een beetje goed zoeken en 1 en 1 kunnen optellen en het werd duidelijk wie er achter haar schuilging.

(Tijdens lessen voor scholieren laten we ook altijd een paar van zulke gevallen zien, om duidelijk te maken dat anonimiteit op internet een illusie is. Als kinderen dat doorhebben, helpt dat enorm bij het promoten van gewetensvol gedrag. Wie zich onzichtbaar waant, doet nou eenmaal anders dan wie zich gezien voelt.)

Brothers are watching each other
Een ander punt dat Zimmer aansnijdt, is de opkomst van een nieuw soort voyeurisme door web 2.0. De grootste groep internetters kijkt alleen maar, maar er valt wel steeds meer te zien. Iedereen kan iedereen in de gaten houden, waarbij het nut daarvan ver te zoeken is. Het is een soort 'peer-to-peer surveillance', ook wel 'equiveillance' genoemd. Geen 'big brother' die de rest watcht, maar wij allemaal als broeders die elkaar watchen.

Wat verandert, is de notie van wat het bekijken waard is. Alles is inmiddels de moeite van het delen en bekijken waard geworden, althans in potentie. En wat we met al die informatie gaan doen, dat zal de toekomst leren. Dát het ons idee van privacy aan het veranderen is, is zeker, maar hóe, dat is onduidelijk.

Privacy-kloof
Als er al iets is waar ik een generatiekloof zou zien, dan is het dit totaal andere idee van wat de moeite van het beschermen waard is. De generatie van mijn ouders deed de gordijnen nog dicht. De generatie van mijn kinderen staat naakt voor het raam. Ergens daartussenin zit ik: ik weet van de gevolgen van databestanden met persoonsgegevens in de Tweede Wereldoorlog en zie het gemak waarmee regeringen burgervrijheden opgeven in ruil voor schijnveiligheid met lede ogen aan. En tegelijkertijd voed ik een generatie op die niet begrijpt waarom ik zo kritisch ben: "wat maakt het nou uit dat ik in mijn bikini op internet sta, zo lig ik ook op het strand en mijn buik is toch mooi genoeg?!"

Wat moeten we onze kinderen leren?
Op ouderavonden, workshops voor professionals en tijdens lessen voor scholieren die wij met de stichting Mijn Kind Online verzorgen, laten we zien dat al het risicovol gedrag van tieners thuis en op school als het gaat om internet, voortkomt uit een gebrek aan besef over de waarde van persoonlijke privacy.

Het duurt soms even, maar als het kwartje gevallen is, verandert er echt iets. Dan begrijpt men ineens dat het geen schooltje-pesten is dat er een wet is die voorschrijft dat je eerst toestemming moet vragen aan ouders of je wel foto's van leerlingen op de schoolwebsite mag plaatsen. En dan kun je ook uitleggen dat hetzelfde moet gelden voor leerlingen onder elkaar en ten opzichte van hun docenten: je kunt niet zomaar foto's van je vrienden of leraren op internet zetten en kijken wat er gebeurt. Laat staan dat je ze ook nog gaat taggen met allerlei extra informatie!

Web 2.0: internet voor gevorderden
Technologische vooruitgang of niet, we moeten kinderen nog steeds leren dat ze verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van hun gedrag. Ook op internet. Juist op internet. Maar hoe leren we dat aan onze kinderen als de gevolgen voor ons zelfs nauwelijks te overzien zijn?

Daarom is extra voorzichtigheid geboden. Juist nu. Was web 1.0 nog kinderspel, met web 2.0 is het oppassen geblazen. Internet voor gevorderden, om het zo maar te zeggen.

Waarom moet alles online?
Veel gedrag dat nu op scholen en in tienergezinnen problemen veroorzaakt -- door sommigen allemaal ondergebracht onder de parapluterm cyberpesten -- komt voort uit onvoorzichtig gedrag met eigen persoonsgegevens. Dáár moet de internetopvoeding dus beginnen: nadenken over wat online gaat, moet het wel online? Waarom? Waarom zo?

Weliswaar zetten de meeste mensen hun volledige naam niet in hun profiel op Hyves of PP2G, maar ga een beetje Googlen en je web 2.0-t zo hun hele levensgeschiedenis en vriendenkring (online én offline) bij elkaar. Voor je het weet weten we van elkaar waar we werken, wie onze vrienden en familie zijn, van welke muziek we houden en waar we op dit moment naar luisteren, waar we op dit moment uithangen, en wat ons bezighoudt (Twitter). En op internet is die informatie niet vluchtig, maar wordt dat opgeslagen in ons collectieve geheugen, waar het misschien wel voor eeuwig beschikbaar blijft.

Wat daar de afschuwelijke sociale gevolgen van zijn, kunnen we nog alleen maar bedenken, maar moeilijk is dat niet voor wie een beetje fantasie heeft...

Justine Pardoen

Lokatie: thuis / Archief / Gezien op internet
Gepubliceerd: vr 06 apr 2007 · Laatst gewijzigd: vr 06 apr 2007

Mijn Kind Online en onze bezoekers stellen je mening op prijs. Deze wordt hier direct gepubliceerd.

Contact
E-mailadres
Mijn reactie

Extra