Scholieren uit Alkmaar hebben op school de berichtgeving besproken over de gewelddadige dood van hun klasgenoot Gerd Nan van Wijk. Hoe lezen zij nu de berichtgeving in kranten en op internet? Als je zelf in het nieuws staat, ga je er dan anders over nadenken?
Klas 4havo van de Christelijke Scholengemeenschap Jan Arentsz in Alkmaar heeft vanmiddag bij maatschappijleer de berichtgeving besproken ronde de dood van hun klasgenoot. De 16-jarige jongen uit Heerhugowaard overleed eind april na een vechtpartij op school. De verdachte, een 17-jarige Alkmaarder, heeft bekend. Waarom hij begon te vechten is nog onduidelijk.
Wat leren 16-jarigen als zij plotseling midden in het nieuws staan? Hoe lezen zij nu de berichten in de krant en op internet? „Dat zijn relevante vragen”, zegt docent De Jager. „Als rouwverwerking en om te leren hoe media werken.”
Het is belangrijk dat jongeren de pers leren begrijpen, vindt ook mediapsycholoog Ard Heuvelman (Universiteit Twente): „De media zijn overal om ons heen. Kranten, tv, internet, webcams, mobiele telefoons. Mensen moeten weten hoe de media hen beïnvloeden. Dat gebeurt heel vaak zonder dat ze het beseffen.”
Roddelpers
De 4havo-klas herleest de kranten van de dagen na de dood van hun klasgenoot. De stichting Krant in de Klas (KiK) heeft edities van alle dagbladen geregeld; docent De Jager is actief voor KiK. De verschillen tussen de dagbladen worden bevestigd, blijkt tijdens de les. ‘Doodgeslagen om een roddel’, kopte De Telegraaf op de voorpagina. „Het lijkt wel de roddelpers”, zegt een leerling. „Alsof we daarom de krant moeten kopen.” De Volkskrant en Trouw berichtten „realistischer”, oordeelt de klas.
De leerlingen ergeren zich aan fouten in de artikelen. De ruzie zou zijn ontstaan om een meisje. De dader zou een boksbeugel hebben gebruikt. „Wij weten er veel van en zien wat er niet klopt”, zegt een meisje. „Andere mensen denken dat alles waar is. Maar zo lees je zelf ook andere artikelen.” Een klasgenoot van Gerd Nan werd geciteerd in het Reformatorisch Dagblad. ‘De ergste vorm van zinloos geweld’, kopt het stuk. „Dat heb ik niet zo gezegd”, zegt ze achteraf.
Privacy
Privacy is nauwelijks een probleem voor de leerlingen. De Telegraaf plaatste een foto van de verdachte, afkomstig van Hyves.nl. Een zwart balkje bedekte zijn ogen. GeenStijl plaatste dezelfde foto, maar zonder balkje. Het weblog noemde de volledige naam van de verdachte en ging uitgebreid in op zijn privéleven. „Dat is zijn eigen schuld”, zegt een leerling, „hij heeft het toch gedaan? Bovendien was iedereen achter die informatie gekomen.”
De docenten hebben zich opgewonden over de berichten op GeenStijl. En over de reacties van bezoekers. „Moet de beheerder reacties blokkeren?”, vraagt De Jager. „Nee”, zegt een leerling. „GeenStijl moet zelf weten wat het plaatst.” De Jager later: „Kijk naar de naam van het weblog, zeggen ze dan: Geen Stijl! Leerlingen zijn gewend aan alle vuiligheid op het web.” Eén meisje neemt het op voor de dader. „Wat GeenStijl heeft gedaan is niet goed. Hij kan zich nergens meer vertonen.”
Ook mediapsycholoog Heuvelman merkt dat jongeren privacy minder belangrijk vinden. „Het is een algemeen verschijnsel bij de jeugd, sinds een jaar of zeven. Zij zijn opgegroeid met mobieltjes, camerabewaking, reality-tv. Jezelf blootgeven in het openbaar is een vanzelfsprekendheid geworden.”
Heuvelman vindt dat een kwalijke ontwikkeling. „Mensen zouden in hun omgang met de media tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen.” Zij kiezen daar toch zelf voor? „Nee, je kan heel goed worden meegesleept door het moment. Ik pleit voor meer terughoudendheid van de media.”
Docent De Jager zegt aan het einde van de les: „Nu ga ik klinken als een echte schoolmeester. Wat hebben jullie nu geleerd?” Een leerling zegt braaf: „Je moet niet alles geloven wat in de krant staat.” Wat hebben de leraren zelf geleerd? „De media breken enorm in op je privacy”, zegt De Jager. „Je emoties zijn vogelvrij.”
Rouwverwerking en media-les gaan moeilijk samen
Aan het einde van de dag twijfelt De Jager over het nut van de les wat betreft media-educatie. „De leerlingen hebben vooral zichzelf leren kennen en niet de krant. Maar dat is logisch als het nieuws zo dichtbij komt.” Mediapsycholoog Heuvelman deelt die twijfel: „Het is op zich een goede vraag: je bent zelf in het nieuws en wat maken de media daarvan? In dit geval kun je dat niet doen. Rouwverwerking en leren omgaan met de media laten zich niet combineren.”
Bron: NRC
Justine Pardoen