In Nederland wordt al enige tijd geijverd om onderdelen van ‘media-educatie’ een vaste plaats te laten krijgen in het curriculum, zowel in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs. Tot nu toe wil dat nog niet erg lukken (zie www.mediaeducatie.nl). In andere landen – met name Canada en Groot Brittannië zijn voortrekkers – zijn initiatieven op dit gebied al veel verder.
Zoeken en beoordelen
Een belangrijk onderdeel van media-educatie is dat leerlingen leren omgaan met het materiaal van anderen. Dat is: de informatie die ongevraagd op hen afkomt, en de informatie die ze zelf kunnen opzoeken.
Goed omgaan met materiaal van anderen gaat niet vanzelf; dat moet je leren. Daarbij zouden in ieder geval de volgende onderwerpen aan bod moeten komen:
- het ontwikkelen van zoek-strategieën (hoe vind je wat je wilt weten?);
- het beoordelen van de betrouwbaarheid van informatie;
- het kritisch omgaan met informatie (onderscheid maken tussen feiten, meningen, verzinsels, vooroordelen, etc.)
Auteursrecht en plagiaat
Een bijzonder aspect van het omgaan met materiaal van anderen, dat juist door de opkomst van Internet zeer actueel geworden is, is de eerbiediging van het auteursrecht. Vroeger kwam het ook wel eens voor dat iemand stukjes tekst uit een boek gebruikte voor een eigen werkstuk. Plagiaat heette dat dan. Maar tegenwoordig lijkt het meer regel dan uitzondering.
Leerlingen moeten dus leren wat wel mag en wat niet. Wanneer is iets citeren, en wanneer is het plagiëren? Hoe ziet een correcte bronvermelding eruit? Mag je iets overnemen van het Internet voor je eigen homepage? Is dat voor tekst hetzelfde als voor foto-materiaal? En plaatjes? En muziek? En video-clips?
Op het Internet zijn talloze overtredingen van het auteursrecht te vinden. De veelheid aan overtredingen wekt de indruk dat het is toegestaan, maar dat is niet zo. Plaatjes van Nijntje, Winni the Poeh, Jip en Janneke, en andere bekende figuren, mag je niet zomaar gebruiken voor een eigen website. Daarvoor moet je eerst toestemming hebben van de rechthebbenden. Ook op school moeten kinderen leren hoe de rechten en plichten zijn op dit gebied.
Let op: zorg ervoor dat de regels van het auteursrecht ook niet overtreden worden op de eigen school-website. U zult zelf het goede voorbeeld moeten geven. Hetzelfde geldt voor het gebruik van educatieve software of spelletjes-CD-ROM’s.
Reclame
Het beeld dat je krijgt via de media komt vaak niet overeen met de waarden die je leerlingen wilt bijbrengen. Als het goed is, praten ouders daar met hun kinderen over. Maar ook op school zou er aandacht moeten zijn voor de invloed van reclame en commercie. Het is belangrijk om kinderen te leren over het gebruik van stereotypen, de clichés en de waarden die de verschillende (reclame)boodschappen uitdragen.
Moet je een bepaald product of een bepaald merk hebben om erbij te horen en mee te tellen? Welk vrouwbeeld wordt er neergezet? Van welke man-vrouw-verhouding gaat men impliciet uit? Wat is de rol van geweld in deze uiting? Op welke principes is de gebruikte humor gebaseerd? Enzovoorts.
Tip: de stichting Reclamerakkers heeft lesmateriaal ontwikkeld voor basisscholen (groep 4 t/m 8), met het doel kinderen weerbaar te maken tegen manipulatie door reclame. Voor scholen zijn de lespakketten gratis: ze zijn deels betaald door de commercie zelf (industrie en reclamebranche) en deels met subsidie van het ministerie van Onderwijs. Het lesmateriaal besteedt echter (nog) geen aandacht aan reclame die kinderen tegenkomen via Internet.
De huidige stand van zaken
Als schoolvak bestaat media-educatie nog niet en de ontwikkeling ervan staat nog maar in de kinderschoenen. Gelukkig zijn er ook veel scholen en leerkrachten die er wél mee uit de voeten kunnen en in hun eigen lesprogramma doen wat ze kunnen. Zij dragen ertoe bij dat hun leerlingen opgroeien tot kritische, bewuste burgers, die meer zijn dan consumenten alleen.