Toon foto's

Scholen hebben een grote verantwoordelijkheid als het gaat om het welbevinden van leerlingen op school. Zo zijn ze ook verantwoordelijk voor alle sociale gevolgen van het gebruik van computers op school. Wat de sociale aspecten betreft, kunnen we bijvoorbeeld denken aan de manier waarop kinderen met elkaar kunnen communiceren via e-mail. Maar ook aan de manier waarop leerkrachten het samenwerken (door middel van computergebruik) kunnen stimuleren.

Communiceren
Veel leerlingen krijgen op het moment dat ze in groep 5 of 6 van de basisschool zitten (ze zijn dan ongeveer 9 jaar) standaard een e-mail adres van school. Dat is nogal wat, als je er goed over nadenkt. Het geeft natuurlijk enorme mogelijkheden om ze te leren communiceren, en ze de principes bij te brengen van het schrijven van brieven en het schrijven van e-mail berichten in het bijzonder.

Ook kan e-mail didactisch ingezet worden, door leerlingen te laten communiceren met kinderen op andere scholen, in andere steden, in andere landen of met officiële instanties.

Samen of alleen?
Scholen die het gebruik van de computer heel bewust geïntegreerd hebben in hun onderwijs, hebben waarschijnlijk ook goed nagedacht over de invloed daarvan op het functioneren van de individuele leerling als lid van de groep. Het is geen winst als het gebruik van Internet op school een eenzame bezigheid wordt, die ten koste gaat van het gezamenlijk leren werken aan oplossingen.

Vaak gehoorde kritiek is dat kinderen door de computer te veel op zichzelf teruggeworpen worden, of zelfs vervreemden van hun sociale verbanden. Vooral als het gaat om kinderen vanaf 11 jaar, zijn ouders soms erg bezorgd. Meestal ten onrechte, maar het is wel belangrijk hierover met elkaar in gesprek te blijven.

Toch zijn kinderen ook nog wel met elkaar bezig achter de computer. Ze communiceren vooral en dat doe je niet in je eentje, maar met elkaar (bijvoorbeeld via MSN, of met het Internet-telefonieprogramma Skype). Soms spelen ze ook online samen een spel met medespelers, die elkaar online ontmoeten, zelfs over de landgrenzen heen.

Ook voor het gamen geldt dat opvoeders zich zorgen maken: zitten de kinderen niet te lang achtereen aan zo’n spel? Kan dat geen kwaad? Worden ze daar niet agressief van? Of juist suf? Komen ze door al dat gamen niet in een sociaal isolement? Praat er met elkaar over, bijvoorbeeld aan de hand van informatie op deze site, en geef ouders tips over waar ze zelf goede informatie kunnen krijgen.

Pesten
Het Internet biedt ruime mogelijkheden om anoniem te communiceren, wat soms het slechtste in de mens naar boven haalt. Dat geldt extra sterk voor pubers en pre-pubers, die nog aan het ontdekken zijn hoe mensen macht kunnen uitoefenen. Een specifieke vorm van macht uitoefenen is pesten. Onderzoek van Planet Internet onder 11- tot 15-jarigen laat zien dat digitaal pesten steeds vaker voorkomt. Een op de drie van de ondervraagde tieners zegt het wel eens te doen. Volgens de Onderwijsinspectie geeft online pesten inmiddels ook al aanleiding tot het schorsen van leerlingen.

De komst van de mobiele telefoon heeft ‘mobiel pesten’ via sms met zich meegebracht. Ook pesten via e-mail en pesten bij het chatten komt voor. Als kinderen elkaars e-mail adres weten, kunnen ze elkaar ook buiten de schoolse opdrachten om benaderen. Soms leidt dat tot anoniem schelden, wat kan ontaarden in pesten of zelfs stalken.

Waar kinderen omgaan met elkaar, komt pestgedrag voor. Opvoeders moeten erop bedacht zijn dat dat gebeurt en duidelijk maken dat dat niet getolereerd wordt.

Verveling
Veel schijnbaar pestgedrag ontstaat uit verveling, zo blijkt uit de acht-delige televisieserie ‘Are you talking to me?’ die de Ikon begin 2004 uitzond. De uitzendingen zijn zeer verhelderend. Hoewel ze bedoeld waren voor de jongeren zelf, zijn ze eigenlijk verplichte kost voor ouders en leerkrachten die willen weten wat er leeft in deze groep.

Tip: de uitzendingen van ‘Are you talking to me?’ zijn nog te zien op www.rutlkng2me.nl. Kinderen uit groep 8 zullen zich hierin al herkennen. Bekijk de uitzendingen samen met de klas.

Scholen zouden zich bewust moeten zijn van deze praktijken en hebben de taak om er alles aan te doen om de omgeving voor kinderen veilig te houden. Dit geldt ook voor pesten, inclusief het pesten via nieuwe media, ook wel cyber-pesten of digitaal pesten genoemd. Het is dan ook van belang dat de school nadenkt over hoe je het kunt voorkomen, en hoe je moet handelen als het uit de hand loopt.

Tegelijkertijd is het belangrijk dat een school inziet dat je pesterij en onaangenaam gedrag ook kunt proberen te voorkomen. Leerkrachten die vaardig zijn in conflicthantering, kunnen deze vaardigheid overbrengen op hun leerlingen. Een kind is beter af op een school waar aandacht is voor het leren omgaan met conflicten en met het omgaan met emoties als schaamte, angst, onzekerheid, woede en jaloezie.

Tip: stel een vertrouwenspersoon aan voor leerlingen die willen praten over nare ervaringen met medeleerlingen. Kies bij voorkeur iemand voor deze functie die zelf ruime ervaring heeft met Internet. Vertel leerlingen wie dat is en wat de taak van vertrouwenspersoon inhoudt.

Privacy en beveiliging
Bedrijven en grote organisaties hebben full-time systeembeheerders en professionele security-officers, die waken over de privacy en de veiligheid van de werknemers. Op veel scholen is dat onhaalbaar. Vandaar dat het voor leerlingen vaak niet zo moeilijk is om gegevens van anderen in te zien, of e-mail te versturen onder een valse naam.

Beveiligingsproblemen op scholen kunnen voortkomen uit twee bronnen:
- technische onvolkomenheden, bijvoorbeeld door onjuist geconfigureerde software;
- organisatorische slordigheden, bijvoorbeeld door het uitdelen van A4-tjes met inlognamen en wachtwoorden, die makkelijk rond kunnen gaan slingeren.

In eerste instantie is het de taak van de ICT-coördinator om hier goed over na te denken. Hij of zij kan bijvoorbeeld richtlijnen opstellen voor de omgang met wachtwoorden, etc. Wat de techniek betreft hebben veel scholen inmiddels een oplossing gevonden in het uitbesteden van het systeembeheer aan externe bedrijven.

Verbieden of begeleiden?
Soms verbiedt een school dat er gechat of ge-MSN’d wordt via de school-computers. Daarmee kun je alle gevaren die daarmee samenhangen buiten de muren van de school houden, is de gedachte. Om dezelfde reden zijn er scholen die e-mailen verbieden.

Het is waar dat er op deze manier problemen voorkomen kunnen worden, maar lang niet allemaal. MSN verbieden op de basisschool gaat nog wel, maar daarna wordt dat al moeilijker. Kinderen kunnen bijvoorbeeld via een omweg ook MSN’en zonder de speciale messenger software. Daarom zijn de meeste deskundigen het erover eens dat verbieden geen echte oplossing is. E-mailen en MSN’en zijn nu eenmaal belangrijke onderdelen van het Internet, die niet voor niets populair zijn bij kinderen vanaf een jaar of 11.

De algemene tendens onder deskundigen is daarom dat begeleiden beter is dan verbieden. De achterliggende gedachte is dat leren nu eenmaal vallen en opstaan met zich meebrengt.

Regels (Internet-protocol)
Een school die ervoor kiest om te begeleiden in plaats van te verbieden, zal wel gedragsregels voor het gebruik van Internet op school moeten opstellen. Die regels zijn ervoor om leerlingen te leren omgaan met het medium en met elkaar, zodat ze verantwoordelijkheid leren te nemen voor hun eigen gedrag.

Het gaat daarbij om fatsoensregels als:
- niet schelden;
- niet pesten;
- geen pornografische of gewelddadige websites bezoeken;
- geen misbruik maken van persoonsgegevens van anderen.

Tegenwoordig noemt men dergelijke regels een Internet-protocol.

Let op: regels en afspraken zijn pas een protocol, als ook is vastgelegd hoe de verschillende partijen (kinderen, ouders en school) moeten handelen bij problemen.

Wees voorzichtig met contracten
Sommige scholen willen dat hun leerlingen en eventueel hun ouders een contract tekenen, waarbij de leerlingen zich verplichten om zich te houden aan de afgesproken regels rond computer-gebruik en Internet-gebruik. De bedoeling daarvan is dat leerlingen beseffen dat het de school ernst is met de gedragsregels rond Internet.

Een school moet er echter rekening mee houden dat dit veel weerstand kan oproepen. Ouders kunnen het gevoel krijgen dat de school iedere aansprakelijkheid bij voorbaat wil afwijzen voor acties van leerlingen tijdens schooltijd. Mede door het ontbreken van een duidelijke juridische status van zo’n contract, kan dit de sfeer op school behoorlijk schaden.

Lokatie: thuis / Internet op school / Wat moet je als school met internet
Gepubliceerd: wo 29 aug 2007 · Laatst gewijzigd: za 03 nov 2007

Extra