Tieners uiten zich online gemakkelijker dan in het gewone leven. Jonge kinderen vinden dat er te weinig leuke dingen voor hen zijn op internet, en zien meer seks dan ouders denken. Worden ze wel voldoende begeleid?
Kinderen in Nederland voorop
Eerst wilde de EU weten wat kinderen eigenlijk allemaal doen en welke verschillen er zijn tussen landen. Daarna kwam al snel de vraag: welk gedrag is risicovol en om welke risico’s gaat het dan? Zo werd in een eerdere fase van het onderzoek bekend dat kinderen in Nederland meer uren gebruik maken van internet dan in andere landen: we lopen zowat helemaal voorop, samen met Estland, Zweden en Bulgarije. Gemiddeld in Europa zit 57% van de kinderen (9 – 16 jr) op een sociale netwerksite, zoals Hyves of Facebook wordt genoemd, terwijl het in Nederland 78% is.
Meer risico
Het is dan ook verklaarbaar dat kinderen in NL gemiddeld meer risico lopen op nare ervaringen van welke aard dan ook: alleen al doordat ze meer uren op internet zoetbrengen, lopen ze meer risico dan kinderen die minder uren online zijn.
EU onderzoekt vooral risico’s
Het zal niet verbazen dat het onderzoek de nadruk legt op de risico’s. Dat is het belang van de Europese Commissie: als je beleid wil maken, moet je uitgaan van de werkelijke problemen. En dus moet je weten wat er speelt en welke risico’s jonge mensen lopen. Daarom werden kinderen tussen 9 en 16 jaar in alle Europese landen ondervraagd over zaken als: pornografie, cyberpesten, ontvangst van seksueel getinte boodschappen, contact met mensen die je nog nooit onmoet hebt, misbruik van persoonlijke gegevens, en mogelijk schadelijke inhoud van allerlei aard, waarbij je ook moet denken aan racistische of andere haatboodschappen, pro-anorexia-websites, berichten en beelden over zelfverminking, drugsgebruik en zelfmoord.
Seks en porno
Lang niet alle risico’s worden door de kinderen zelf als schadelijk ervaren. Zo zien veel kinderen seks en porno, en ze ontvangen ook seksueel getinte tekstberichten. Zelf vinden ze dat niet zo’n probleem: slechts eenderde maakt zich daar zorgen over. Maar van die kinderen vond een kwart het wel zo erg, dat ze tijdelijk niet het internet meer op wilden. Vooral jonge kinderen vinden het onprettig, en dat is begrijpelijk: ze zoeken er zelf helemaal niet naar en begrijpen niet wat ze zien.
Opmerkelijk is wel dat uit het onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de ouders (52%) geen idee had dat hun kinderen deze beelden al gezien hadden.
Veel online contact met vreemden
In de hele EU heeft een kleine 40% van de kinderen wel eens te maken gehad met een of meer van de genoemde risico’s. In de meeste gevallen gaat het om communiceren met mensen die ze nog nooit ontmoet hebben. Meer jongens dan meisjes doen dat, vooral in online games. Ook komt het zien van mogelijk schadelijke inhoud veel voor. Online pesten en in werkelijkheid afspreken met iemand die je via internet ontmoet hebt, komen het minste voor.
Online pesten het schokkendst
Dat online pesten veel minder voorkomt dan verwacht, verraste de onderzoekers. Ze hebben de ervaringen van kinderen online met pesten in het echt vergeleken, en dan blijkt duidelijk dat het pesten in het gewone leven een veel groter probleem is. Wat betreft aantallen moeten we ons dus nog steeds vooral zorgen maken om de pesterijen op de ouderwetse manier.
Maar ook al komt pesten via internet dus veel minder voor dan verwacht, het kan wel een enorme impact hebben. Vooral het ontvangen van hatelijke en kwetsende berichten van anonieme daders vinden kinderen schokkend.
Online contact trekt
Een op de drie kinderen (met name tieners, meer jongens dan meisjes en vooral rond 15 jaar) geeft aan zich wel eens zorgen te maken over de druk die ze voelen om steeds online te gaan, waardoor hun huiswerk er wel eens bij inschiet. Tegelijkertijd vertelden de tieners dat ze zich in gesprekken online vaak meer op hun gemak voelden dan in het gewone leven.
In het algemeen blijkt dat kinderen vooral positieve ervaringen opdoen. Toch geven de meeste kinderen (58%) aan dat ze ontevreden zijn over er voor hen te vinden is op internet. Vooral de jongste kinderen (tot 12 jaar) zijn ontevreden. Dat vraagt om meer begeleiding van volwassenen. En meer gesprek over hun online ervaringen.
Bron: S. Livingstone, L. Haddon, A. Görzig, K. Ólafsson (2010), Risks and safety on the internet: The Perspective of European children. Initial Findins. LSE, London: EU Kids Online. www.eukidsonline.net
Dit artikel werd eerder gepubliceerd in PIP Magazine, in de rubriek Generatie M.
Justine Pardoen