Jongeren kunnen zich sinds eergisteren aanmelden voor de DigiRaad. Hierin gaan twaalf jongeren tussen de 12 en 18 jaar oud advies geven aan minister Brinkhorst (Economische Zaken) over hoe hij het internet voor jongeren veiliger kan maken. De 16-jarige Raymond Roodbol is het eerste lid dat door de minister is aangesteld.
NRC Handelsblad interviewde
'onze' Raymond. We zijn apetrots op hem.
Wat ga je in de Digiraad doen?
In het eerste jaar concentreren we ons op de veiligheid van kinderen op het internet. Hiervoor gaan we bij basisscholen langs om aan leerlingen te vragen wat voor vervelende dingen ze op internet meemaken. Met de Digiraad overleggen we vervolgens hoe we die problemen kunnen aanpakken. Die ideeën geven we door aan het ministerie van Economische Zaken. Ook bekijken we welke programma's en websites gevaarlijk zijn en welke gebruikt kunnen worden in het onderwijs.
Hoe ben je in de DigiRaad gekomen?
"Ik heb sinds een jaar een eigen computerbedrijf,
CTS Redhead. Met drie leeftijdsgenoten geef ik hulp aan mensen die problemen met hun computer hebben en we maken websites. Op 7 februari kwam minister Brinkhorst langs op mijn school, het Haags Montessori Lyceum, op de Europese dag voor Veilig Internet. Voor die dag ben ik gevraagd een presentatie te geven. Ik heb toen voorgesteld een jeugdraad te starten, waarin jongeren aan andere leerlingen vragen welke problemen ze allemaal hebben tijdens het internetten. De minister vond zo'n raad een goed idee en vroeg gelijk of ik dan het eerste lid wilde worden."
Jongeren die net als jij in de Digiraad willen, moeten een advies aan minister Brinkhorst van Economische Zaken bedenken hoe hij het internet veiliger kan maken. Wat is jouw advies?
"In het onderwijs moeten leerlingen meer les krijgen over internet. Als ze op school al kennis opbouwen over internet en de gevaren daarvan, zullen ze minder risico's lopen. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat kinderen al vroeg spamberichten kunnen herkennen. Ik weet zelf hoe ik mijn computer goed moet beveiligen, maar dat weet niet iedereen."
Meer op NRC.nl